• Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding
    • Nieuwe afbeelding

Natuur Actueel

22 november 2018

Een birdie maken en een birdie zien

De Batouwe is een een eldorado voor Golfers en voor Vogels!

Enkele weken geleden hebben wij onder leiding van vogelexpert Louis van Oort weer de vogels op onze golfbaan geïnventariseerd  . CTG-lid Pieter den Boeft heeft van die rondgang een leuke sfeertekening geschreven die terug te vinden is op de site van Committed to Green. (Link: http://batouwenatuur.nl/actueel-nieuws).

In deze periode van het jaar treffen we veel trekvogels aan en zijn veel broedvogels vertrokken naar warmere gebieden. Totaal hebben we 40 soorten gespot. In het voorjaar en ’s zomers zien we deels weer andere soorten. Als we de resultaten van alle inventarisatierondes door het hele jaar bijeen nemen komen we op zo’n 90 soorten uit. Dit onderstreept weer de belangrijke rol die onze golfbaan speelt bij de bevordering van de biodiversiteit in onze regio! 

In dit artikel bespreek ik een aantal markante soorten die je ook in deze periode van het jaar kunnen bewonderen tijdens je rondje golf. Dat is genieten van je favoriete sport in een mooie natuurlijke omgeving waar veel te genieten valt. 

Dodaar

Veldkenmerken.. Een kleine futensoort (25-29 cm) met een stomp achterlichaam, korte nek en korte, relatief dikke snavel. In broedkleed bovendelen donkerbruin met kastanjebruine keel, wangen en voorzijde van nek. Snavelbasis en mondhoek helder geelgroen, opvallende lichte vlekken vormend op overigens donkere kop.

Flanken grijzig bruin; onderdelen een mengsel van wit en zwartbruin. Bovendelen ’s winters veel bleker, met witte kinen wangen, keel en voorzijde van nek gelig bruin. 

Geluid.Een luide, hinnikende triller, ook een kort ’wit wit’.

Een filmopname van de Dodaar is te zien via bijgaande link: https://www.youtube.com/watch?v=V-OKv2A8su8

Krakeend

Veldkenmerken.Kleiner en slanker dan Wilde Eend (46-56 cm), met steiler voorhoofd. Beide sexen met witte spiegel (soms zichtbaar in rust en opvallend in vlucht), aan voorkant begrensd door zwarte rand en kastanjebruine vleugeldekveren. Mannetje uniformd onkergrijs met zwarte onder- en bovenstaartdekveren. Mannetje van dichtbij toont fijne zwarte en witte streepjes op mantel, rug en flanken. Borstzwart gevlekt met op elke veer halvemaan-vormige witte markering; onderdelen wit. Snavel donkergrijs, poten oranjegeel. Vrouwtje grijzer en fijner getekend dan vrouwtje Wilde Eend, met veel minder kastanjebruin aan voorzijde van witte spiegel; zijkant van snavel geel of oranje. Mannetje in eclips kleed als vrouwtje maar met grijzere en donkerder bovendelen. 

Juveniel als vrouwtje, maar oranje-achtige borst gestreept in plaats van gevlekt. Fourageert voornamelijk zwemmend met kop onder water. Hoofdzakelijk plantaardig: wortels, bladeren, wortelstokken, knoppen, zaden. Plaatselijke, schaarse broedvogel, maar lokaal algemeen. In broedseizoen bij voorkeur ondiep, stilstaand of langzaam stromend open water met goede dekking. Buiten broedseizoen beschutte plaatsen in natte gebieden, meren, riviermondingen etc.

Geluid.Vrouwtje kwaakt als vrouwtje Wilde Eend, maar zachter en minder hees. Mannetje een diep, kort nasaal gekwaak: ’èè’.

Een filmopname van de Krakeend is te zien via bijgaande link: https://www.youtube.com/watch?v=4II7j-08i74

 

Appelvink

Veldkenmerken. Een forse vogel (18 cm) met zeer zware snavel, grote kop en korte staart. Kop geelachtig bruin, zwarte keel en teugels, achterhoofd asgrijs, warmbruine mantel, rug, schouders, kleine en middelste dekveren, onderdelen bleek-beige, stuit en staart (met witte eindband) lichter bruin dan rug. Vleugels blauwzwart met grote witte schoudervlekken, basale helft van handpennen wit. Vleugeltekening en silhouet maken verwarring onwaarschijnlijk.

Snavel in broedtijd grijsblauw, ’s winters hoornkleurig. Vrouwtje als mannetje maar verenkleed iets lichter en met grijs vleugelveld. Juveniel doffer, bruine strepen (vooral op onderdelen) en gelige keel. Schuwe vogel, verblijft veel in hoogste takken. Meestal ontdekt door roep.

Geluid.Meest gehoorde roep is een scherp, klikkend ’tik-tik’. Zang wordt zelden gehoord.

Een filmopname van de Appelvink is te zien via bijgaande link: https://www.youtube.com/watch?v=einJSM3BkSA

 

Zanglijster

Veldkenmerken.Kleiner dan Merel, veel kleiner dan Grote Lijster (23 cm). Bovendelen grijsbruin, borst goudgeel met veel ronde zwarte vlekken, die tot op flanken doorlopen; buik wit. Heeft geen wenkbrauwstreep als Koperwiek.Staart korter dan van Merel en rechter afgesneden, zonder de witte punten aan buitenste pennen van Grote Lijster.

Ondervleugel geel, niet oranje zoals bij Koperwiek. Juveniel lijkt op adult, maar bovendelen met lichte streepjes en vlekjes. Zingt meestal in hooggelegen zangpost, zoals boomtop. Vlucht iets golvend. Schuwer dan Merel, ook broedvogels van steden. Heeft combinatie nodig van hoge bomen, ondergroei in vorm van bosjes, open plekken, velden en bosranden.

Geluid.Roep lijkt op die van Koperwiek, maar eindigt abrupt: ’tsiek’. Zangluid met voortdurend herhaalde strofen.

Eet hoofdzakelijk ongewervelden zoals insecten en wormen, eet in herfst en winter ook vruchten. Fourageert voornamelijk op de grond, soms in open gebieden, maar meestal onder of zeer nabij dekking. Staat bekend vanwege gewoonte huisjesslakken te vangen en deze kapot te smijten op steeds dezelfde steen. 

Een filmopname van de Zanglijster is te zien via bijgaande link:

https://www.youtube.com/watch?v=QgwRxTfnc10

Bosuil

Veldkenmerken.Middelgrote uil(38 cm) met grote ronde kop zonder oorpluimen. Roodachtig bruin met zwarte strepen op bovendelen, enkele witte vlekken op vleugels en witte lijnen langs mantel. Onderdelen lichter, met veel zwarte strepen.

Gezichtssluier bruin, ogen donker. Verschilt in vlucht van Ransuil door kortere bredere vleugels en grote kop. Jaagt vanaf zitplaats, niet in vlucht zoals Ransuil. Nachtelijke leefwijze. Eet vogels, zoogdieren, amfibieën, insecten. Algemene standvogel. Oud loofbos, half-open boslandschap, parken.


Geluid.Zang van mannetje lang bibberend ’hoeoeoe, hoe hoe hoe, hoeoeoeoe’. Ook scherp ’kewik’ en geluid als van krakende deur.

Een filmopname van de Bosuil is te zien via bijgaande link:

https://www.youtube.com/watch?v=msb0gT_MlsE

Goudhaan

Veldkenmerken.Zeer kleine, ronde zangvogel (9 cm). Bovendelen groen, onderdelen bleek grijs tot wit. Twee witte vleugelstrepen en witte punten aan tertials. Opvallendste kenmerk is gele kruin, omrand met zwarte strepen. Mannetje heeft oranje kruin, maar oranje vaak verborgen door gele veertoppen. Kleine zwarte snorstreep als Vuurgoudhaantje, maar mist het opvallende koppatroon; zwart oog in bleek gezicht geeft ’vriendelijker’ uiterlijk dan koppatroon van Vuurgoudhaantje.

In broedtijd in paren, daarbuiten vaak in troepen, met of zonder mezen. Soms komen in West-Europa omvangrijke herfstinvasies voor. Zeer actief, voortdurend bewegend, maar zelfs wanneer ze gehoord worden vaak moeilijk te zien. Evenals Vuurgoudhaantje vertrouwelijk en vaak dicht te benaderen; ook nieuwsgierig. Leeft vooral in naaldbossen, maar buiten broedtijd ook in tuinen, parken en geïsoleerde bosjes. Eet kleine ongewerveldedieren; fourageert op takken en bladeren,vrijwel nooit op de grond. ’Bidt’ vaak om prooi van bladereo.

Geluid: dun, hoog ’sisisi’, lijkt soms op roep van mezen, met name Zwarte Mees, maar vaak langer aangehouden. Zang eveneens zeer hoog, maar luider en gevarieerder dan van Vuurgoudhaantje.

Een filmopname van het Goudhaantje is te zien via bijgaande link:

 https://www.youtube.com/watch?v=ud-O2ppOMZc

 

Waterhoen

Veldkenmerken.Een zwartachtige watervogel die van Meerkoet verschilt door kleiner formaat (32-35 cm), rode bles, rode snavel met gele punt en witte strepen langs bovenflank. Heeft opvallende witte - in het midden door zwart gescheiden - onderstaartdekveren, die getoond worden door voortdurend met de staart te wippen. Poten helder geelgroen. Beweegt tijdens zwemmen de kop van achter naar voren. Stijgt moeizaam en met een aanloop van water op. 

Juveniel bruiner dan adult, met witte kin en keel en groenbruine snavel en bles. Bewoont vele soorten zoetwater, zoals meren en rivieren met oeverdekking, kanalen, sloten, stadsparken en moerassen; zoekt ook voedsel op grasland, maar steeds in nabijheid van water of dekking. Fourageert zwemmend, lopend over drijvende waterplanten of op weilanden, gazonnen, etc. Eet zowel plantaardig als dierlijk voedsel.

Geluid.Normale roepeen scherp, kraaiend ’kurrk’ en ’kittik’.

Een filmopname van de Waterhoen is te zien via bijgaande link:
https://www.youtube.com/watch?v=XK82ZyWFcXM

 

Sijs

Veldkenmerken.12 cm. Mannetje makkelijk te herkennen door groen en geel verenkleed, zwarte kop en kin, gele vleugelstreep, stuit en zijden van staartbasis. Vrouwtje zonder zwart op kop, minder geel, meer grijsgroen en wit en meer gestreept op bovendelen, borst en flanken.

Staart gevorkt, snavel grijsachtig, vrij lang en puntig. Juveniel nog meer gestreept en met minder geel. Meestal in troepen in bomen, maar ook op de grond. Vaak met andere vinken, vooral Barmsijzen. 

Vrij algemene standvogel. Zwerft ’s winters over groot deel van het gebied. ’s Zomers insecten en zaden, ’s winters vooral zaden. Hangt bij fourageren op zaden vaak als een mees ondersteboven aan takken. In broedtijd in gemengde of naaldbossen, ’s winters vooral in berken en elzen.

 


Geluid.Roep ’tsie zi’ of ’tsoe ie’. Zang kwetterend en met nasale tonen, zingt vaak in troepen vanuit boomtoppen.
Een filmopname van de Sijs is te zien via bijgaande link:
https://www.youtube.com/watch?v=I-4V3yHCXxA

 

Rode Wouw

Veldkenmerken. 60-66 cm, spanwijdte 145-165 cm. Kenmerkend zijn de diep gevorkte, roodbruine staart, smalle en sterk geknikte vleugels met grote witte vlekken op onderzijde aan handpenbases; bovendelen donkerbruin met lichte veerranden, onderdelen donker gestreept, witachtige kop.Juveniel bleker met bruinige kop. Zweeft met groot gemak. ’s Winters soms met enkele honderden exemplaren op gemeenschappelijke roestplaats.

Jaagt bij voorkeur in uitgestrekte open gebieden met lage vegetatie. Jaagt door op aanzienlijke hoogte of laag boven gebied te zweven. Eet kleine zoogdieren, vogels (vooral jongen), hagedissen, slangen, amfibieën, dode of gewonde vis, insecten. Neemt ook afval. Voedselparasiet van verschillende roofvogels. Vrij zeldzame broedvogel in de meeste gebieden, algemener in Spanje en Zuid-Zweden.
 


Geluid: Gewone roep een hoog, schril, miauwend ’wiioo-wiioo-wiioo’, enigszins als Buizerd maar hoger en sneller herhaald.
 

Een filmopname van de Rode Wouw is te zien via bijgaande link:
https://www.youtube.com/watch?v=zwW4Fb-_1v4

 

Keep

Veldkenmerken.Lijkt qua vorm en formaat (15 cm) op de Vink. Mannetje in zomerkleed met zwarte kop en mantel, oranje keel, borst, schouders en kleine dekveren, zwarte slagpennen en staart en witte buik en stuit. Vleugelsmet smalle oranje-witte vleugelstrepen. Vrouwtje met bruine kop, bruin en zwart gevlekte mantel en grijze vlek op kopzijden. Mannetje ’s winters als vrouwtje. Snavel is zomers zwart, ’s winters geel. ’s Winters in troepen met Vink en gorzen en soms met leeuweriken. Schuifelende gang als Vink. 

Algemene broedvogel in Scandinavië. ’s Winters ook bij ons. Broedt in wilgen-, berken- en naaldbossen. ’s Winters in berken- en andere bossen, maar ook in opener gebieden, parken etc. Eet in de broedtijd ongewervelde dieren en zaden, ’s winters zaden, bessen en andere vruchten.

Geluid.Verschillende roepen ’èèèp’, ’tok’ en ’tsjuk’. Zang een monotoon, langgerekt ’wèèèèèè’.

Een filmopname van de Keep is te zien via bijgaande link:
https://www.youtube.com/watch?v=ADsUDdrt0eA

 

Putter

Veldkenmerken.12 cm. Mannetje en vrouwtje eender. Opvallende zwartgele vleugels, zwart-witte staart, helder rood-zwart-witte kop en bruine mantel. Juveniel met grijs-isabelkleurige kop en onderdelen, met bruine strepen en vlekken.

Golvende, dansende vlucht. Veelal in troepen. Nestelt in bomen, ver vanaf de stam, soms in heggen en bosjes. Vrij algemene standvogel, zomergast. Leeft in open bosgebieden, boomgaarden, parken. Heeft voorkeur voor braakliggend land met kruidenvegetatie in de buurt. Eet voornamelijk zaden, vooral ’s zomers ook insecten.

Geluid.Onmiskenbaar. Roep een vloeiend ’tswit-wit-wit-wit’ of ’tiedeliet’, steeds weer herhaald. Zang een kanarie-achtig gekwetter, vermengd met roep.

Een filmopname van de Putter is te zien via bijgaande link: https://www.youtube.com/watch?v=4hPu63F9Dco

 

Groene Specht


Veldkenmerken.Grote specht (23 cm), eenvoudig te herkennen aan groen verenkleed met rode kopkap. Maakt verrassend gele indruk in de vlucht vanwege gele stuit en onderrug. Zwart masker rond ogen en zwarte baardstreep, bij mannetje met rode vlek. Grijze wangen, keel en bovenborst wittig, overgaand op buik en onderstaart in lichtgroen. 

Handpennen met witte vlekjes. Juveniel met gevlekte bovendelen, gebandeerde of geschubde onderdelen en rode baardstreep. Komt vaker op de grond dan andere spechten. Vlucht golvend, als bij andere spechten. De Spaanse ondersoort sharpei is grijzer op kop en borst, heeft een gelere stuit en een rode baardstreep.
Leeft in loof- en gemengde bossen met oude bomen en open plekken, in oude parken, etc. Fourageert veel op de grond en wordt ook regelmatig gezien in boomloos terrein nabij bos. Is afhankelijk van aanwezigheid van (grote) mieren, maar eet ook andere ongewervelden. Vangt prooi door deze op te likken met lange kleverige tong. Eet af en toe ook zaden en vruchten.

Geluid.Luid lachend ’kluu kluu kluu kluu’. Roffelt zelden.

Een filmopname van de Groene Specht is te zien via bijgaande link:
https://www.youtube.com/watch?v=mIvg1ymRorE

 
Kramsvogel

Veldkenmerken.26 cm. Makkelijk herkenbaar: de enige lijster in het gebied met duidelijk contrast tussen kop, rug, stuiten staart. Adult heeft blauwgrijze kop en nek met zwarte streepjes en met zwarte rand rond oorstreek; mantel, schouder veren en kleine dekveren warm kastanjebruin met fijne zwarte vlekjes; rug en stuit blauwgrijs, staart zwart, overige vleugelveren zwartbruin met grijze randen op buitenvleugel en rossige randen op binnenvleugel. Onderdelen wit met zwarte vlekken (behalve midden op buik) en met gouden waas op borst en flanken; ondervleugels wit.

Vanaf onderborst naar flanken toe krijgen de ronde vlekken een duidelijke V-vorm. Juveniel zonder duidelijk contrast van adult (behalve de grijze stuit, die contrasteert met zwarte staart); kop bruin met grijze grondkleur, ’zadel’ minder duidelijk dan bij adult; onderdelen zwaar gevlekt, maar vlekken worden vager vanaf flanken naar achteren toe en missen de V-vorm. Broedt in vooral noordelijk Nederland en trekt zuidwestwaarts in de winter. Broedt in open bosgebieden, vaak nabij water, maar komt ook voor in stedelijk gebied, vooral in grote tuinen en parken. In de winter in diverse habitats, afhankelijk van voedselaanbod, maar zelden hoog in bergen en vaak in weilanden. Eet allerlei ongewervelden en vruchten, buiten broedseizoen vooral bessen en andere vruchten.

Geluid.Roep knarsend ’whie’ en kenmerkend snel ’tsjaktsjaktsjak’. Zang babbelende mengelmoes, vermengd met roepen.

Een filmopname van de Kramsvogel is te zien via bijgaande link:
https://www.youtube.com/watch?v=duxeap3-fec

Art Alblas, Committed to Green.

Bij de samenstelling van dit artikel is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

·     Youtube

·     Soortenbank.nl

·     https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/

 

 

2 november 2018

46 birdies op 36 holes

Half zes, de wekker. Even later een appje met de tekst:  “Ik draai me nog even om en kom niet, het is te vroeg”.  Regen striemt de ramen, zal ik ook toegeven aan mijn impuls om me af te melden?  Nee, ik sta op en drie kwartier laten ervaar ik dat de aangetrokken economie al ruim in de weer is in het holst van de nacht.  Vrachtwagens in file op de Prins Willem Alexanderbrug over de Waal, als ik maar op tijd ben!  Er heerst een relaxte sfeer als ik aanschuif in het Greenkeepersverblijf van de Batouwe.  Buiten stikdonker, binnen koffie en gesprekken over het baanonderhoud en natuurlijk over de biodiversiteit op de baan.  De mannen vertellen verhalen over de dieren op de baan: “ In de droge periode hebben de Ooievaars een jong uit het nest gegooid, niet genoeg te eten”;  “We hebben deze week weer IJsvogels gezien in de Moerascypressen”.

We wachten op Louis van Oort (Beleef de Lente, met in 2018 bijna een miljoen kijkers naar vogels in het broedseizoen).  Louis gaat een paar keer per jaar met onze commissie ‘Committed to Green’ van de Golfclub De Batouwe het veld in om vogels te spotten, en te brainstormen over aanpassingen in de baan die nog meer vogels gaan aantrekken.

Louis van Oort

We stappen naar buiten als het een beetje licht wordt.  Onder leiding van Jan Huibers, één van de greenkeepers en een echte natuurliefhebber, gaan we eerst op zoek naar de Bosuilen. Jan kent bijna alle vogels persoonlijk, natuurlijk met uitzondering van de passanten.  De Uilen geven niet thuis maar we horen wel de  hoge tonen van de Goudhaantjes, de Regulus regulus, achter Kersen 8.  In de motregen gaan we op zoek naar de Kwak en de Dodaars.  De meesten van ons zijn gewapend met een super verrekijker.  Als beginnende vogelspotter moet ik het doen met het blote oog. In het water, tussen de eenden verstopt onder struiken wordt de Dodaars waargenomen, ik zie hem niet. Ik krijg de kijker van Jan, en na even zoeken…. ja hoor daar zijn ze!... de kleinste watervogels in Europa uit de Futenfamilie. We hoopten ook de zeldzame Kwak nog te zien; helaas laat hij verstek gaan, we moeten het doen met de Anas Strepera, de Krakeend tussen een groepje Wilde Eenden. 

 

Op Appel 6 komen tussen acht en half negen de eerste golfers ons achterop. De rust verstoord? Nee, in tegendeel.  Als de twee mannen hun bal hebben afgeslagen van de blauwe tee zien we aan de horizon ergens boven Kersen 6, de trage vleugelslag van een roofvogel. “Buizerd!” is de eerste naam die we roepen.  Maar deze is groter en zijn vleugelslag is trager, sierlijker.  Met zijn super kijker haalt Louis de vogel dichterbij.  Een mooie roodachtige kleur en een diep gevorkte staart.  Spanwijdte geschat op bijna twee meter.  De rode Wouw! We zijn getuige van een unieke waarneming op de Batouwe.  Euforie, onze dag kan niet meer stuk.  Vroeg op staan?  Hier is de beloning!  Later in het clubhuis praten we na over onze waarnemingen. De rode Wouw wordt de laatste tijd iets meer gesignaleerd in Nederland maar deze kennis relativeert onze opwinding niet.  We volgen de Wouw van noord naar het zuidoosten zolang we hem kunnen zien. 

De Rode Wouw (foto: Piet Krijger)

Als de Wouw  aan de einder verdwijnt is het hek van de dam.  De lucht is vol met een zwerm vogels, Spreeuwen denk ik.  Nee, het zijn Koperwieken en Kramsvogels die, zo verteld Louis in het najaar en winter vaak samen in een zwerm te zien zijn.  In die lucht zal het voedsel dan wel rondvliegen verwacht ik, niets is minder waar, ze eten afgevallen fruit en het fruit dat nog aan de struiken hangt en daar hebben we veel van op De Batouwe.  We gaan naar het bosje tussen Appel 6 en Appel 7 (ja, dat bosje waar je bal nogal eens terecht komt als je van de tee van Appel 6 scherp wil spelen) op zoek naar de foeragerende Koperwieken en Kramsvogels.  We worden verrast door het overweldigende geluid van  Goudhaantjes, dat ik inmiddels herken.  Het zit er vol mee.  De Goudhaan blijkt nieuwsgierig en zonder vrees.  Er gaat er zelf één op de kijker van Louis zitten.  Goudhaantje spot vogelaars!  Is de Vuurgoudhaan er ook bij?  We zoeken maar vinden die niet.  We lopen “Out of  bounds”, naast Kersen 6, daar horen we een vogel maar we zien hem niet.  Hij zingt mooi, langdurig en gevarieerd.  Boomleeuwerik roepen enkelen van ons.  Ik zie niets, maar dat schijnt zo te horen.  Je hoort hem wel maar je ziet hem niet.  Gelukkig zie ik na een tijdje zoeken het bruine verenkleed boven in een boom tussen de bladeren. 

 

Er ontspint zich een interessante discussie.  Eén van ons herkent het geluid van baltsende Eenden.  “De paarvorming is begonnen”.  Beetje vroeg lijkt mij, de koude winter komt er nog aan.  Bij nadere beschouwing blijkt dit het geluid te zijn van de Krakeend.  Er zwemt een hele groep, de mannetjes grijs met een zwart achterwerk en de vrouwtjes geelachtig.  Toch behoorlijk anders dan de Wilde Eend zie ik nu.  We zien een vlucht Wulpen en een vlucht Roeken, horen de Appelvink; een Zilverreiger spiegelt zich in het water en we zien en horen vele andere vogels.  Aan het einde van onze wandeling maken we de balans op.  We hebben 43 soorten, sommigen alleen en sommigen in (grote) groepen waargenomen en daar zijn de Nijlgans, de Grouwe Gans en de Canadese Gans niet eens mee geteld.  Voor de doorsnee golfer valt de schoonheid van de gans weg tegen de overdadige productie van uitwerpselen maar ik tel ze toch mee.  Een paar uurtjes wandelen en we tellen 46 vogelsoorten op een golfbaan met 36 holes, wat een feest om hier rond te mogen lopen.  Mijn advies,  als het even niet lukt met de birdies de parren of zelf de bogeys, kijk eens om je heen, er is op de Batouwe heel veel om van te genieten. 

 

De dag na de wandeling vraag ik me af of dat veel is, 46 soorten.  In totaal zijn er op de Batouwe iets meer dan honderd vogelsoorten waar genomen.  De kleinste daarbij is het Goudhaantje iets meer dan 5 gram en de grootste is de ooievaar, deze reus onder de vogels heeft twee nesten op de Batouwe;  ieder jaar zijn er volop jongen en, zo hebben we gehoord er wordt er ook wel eens eentje opgeofferd om de anderen in het nest een kans te geven.  Ja, denk ik, 46 soorten in een paar uur is veel. Als je dan bedenkt dat de omringende weilanden maar enkele tientallen vogelsoorten herbergen dan zie je de waarde van een golfbaan voor de biodiversiteit.

Pieter den Boeft, Committed to Green.

Committed to Green op birdie jacht.

 

23 september 2018

Kweeperen en mispel

We hebben heel de zomer kunnen genieten van al het fruit dat de baan ons aanbiedt, maar ook nu groeien er niet te versmaden vruchten. Doorgaans wat minder bekend en toen ik van de week de afslagplaats van Appel 3 naderde moest ik denken aan het leuke artikel, dat Kees van Rijsbergen twee jaar gelden schreef over de Kweeperen. Het is nu weer de tijd, dus het leek me leuk de link naar het artikel nog eens weer te geven.

/simpelscript/db/upload/debatouwennl/Kweeperen.pdf

De Kweepeer (foto: Kees van Rijsbergen)

Piet Krijger.

 

19 september 2018

Egels op de Batouwe

Wie aan de randen van de dag op de golfbaan loopt en goed oplet kan een egel treffen. Soms bij het zoeken van een bal, soms omdat de egel langs de baan scharrelt op zoek naar voeding. De egel laat zich net als de bever zelden midden op de dag zien. En als dat zo is kan het ook zijn dat de egel ziek is. De egelopvang kan zo’n diertje dan weer opvangen en laten herstellen.

Dit en meer leuke weetjes over de egel leest u in bijgaand artikel van Helma Zijlstra /simpelscript/db/upload/De%20egel.pdf

20 juli 2018

Bijzondere waarneming op de Batouwe.

Een van de greenkeepers - Jan – heeft medio juni op appel 8 een voor Nederland vrij zeldzame vogel gespot: de Kwak. Een kleine reigersoort die in ons land in de 19e eeuw nog veel voorkwam maar door drooglegging van veel moerassen is er te weinig geschikt biotoop overgebleven voor de kwak om hier te overleven. Hij staat in Nederland op de rode lijst van ernstig bedreigde broedvogels.Black-crowned night heron at Tennōji Park in Osaka, March 2016.jpg
De kwak is een gedrongen middelgrote reiger met een onmiskenbaar kleed: de volwassen vogel heeft een grijze borst, een zwarte kruin, zwarte nek en zwarte rug. Het gezicht is wit met zeer markante rode ogen. In broedkleed is de snavel zwart en heeft de kwak twee witte lange sierveren vanuit de nek. Jonge vogels hebben een gelige snavel, bruin verenkleed met wit druppelpatroon. De buik is lichtbruin met donkere vlekken.
Het gaat bij onze kwak om een jong exemplaar.
Ondanks het opvallende uiterlijk van de volwassen kwak is het toch moeilijk om hem te zien te krijgen. Overdag houdt hij zich schuil tussen dichte struiken en/ of oeverbegroeiing en hij houdt dan voornamelijk  heel rustig. In de schemering en ‘s nachts gaat hij op jacht. De meeste kans om hem te spotten is eigenlijk wanneer hij vliegt. Zeker als hij dan ook zijn kenmerkende roep laat horen waar hij ook zijn onelegante naam aan te danken heeft: een hard kraken kroáák. 

Een andere goede manier om hen te zien is op de plek waar ze broeden. De kwak is net als veel andere reigersoorten een zogenaamde koloniebroeder, op plaatsen waar ook veel andere reigers broeden. Daar gedraagt de kwak zich een stuk minder schuw. Helaas zal dat in ons land voorlopig niet echt mogelijk zijn; gegevens uit 2014 laten zien dat er op dat moment slechts 25 tot 35 broedparen waren.
Zijn favoriete biotoop is moerasachtig gebied en mangrove. Het maakt hem niet uit of het water zoet, zout of brak is, zolang er maar voldoende te eten is. De kwak is geen kieskeurige eter, hij jaagt in principe op alles wat zich in of rondom het water ophoudt, als het maar klein genoeg is.
De kwak is een trekvogel, in maart/mei komt de kwak  vanuit de overwinteringsgebieden in Afrika achter de Sahara weer terug in Europa om te broeden. Sommige vogels vertrekken alweer eind juni maar de grote uittocht begint in augustus. Nederland is de noordgrens van hun leefgebied in Europa.
Er zijn in Nederland echter ook kwakken die het hele jaar hier blijven. In feite is dit het merendeel van de kwakken die hier te vinden zijn. Het gaat hier niet om echt wilde vogels maar om kwakken die vrij in en om dierentuinen zoals Artis, Blijdorp  en Avifauna vliegen.  Ook het Zwin en Zeeuws Vlaanderen heeft een bescheiden populatie. Waarschijnlijk door het broedsucces in deze dierentuinen lijken de aantallen in Nederland een licht stijgende trend te vertonen.
Jonge kwakken gaan – eenmaal zelfstandig – nog wel eens op reis en kunnen dan ook in Nederland terecht komen. Mogelijk is de Batouwse Kwak zo’n reislustig exemplaar.
Maar al met al mogen we best trots zijn op de aanwezigheid van deze bijzondere en zeldzame vogel. Het geeft aan dat golfbanen een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de natuur en dat we met onze baan op de goede weg zijn. In ieder geval vond deze kwak onze baan een prima plek om enige weken te vertoeven!
auteur: Hans Tettero
 

De Bever bij de Batouwe
Er leeft een bever (familie) in het water rond onze golfbaan. Ooit was de bever uitgeroeid in Nederland; we kunnen het ons nu bijna niet meer voorstellen maar dat werd vooral veroorzaakt door de jacht. Hij werd bejaagd voor de vacht (beverbont) en het castoreum of bevergeil. Dat is een via de anaalklieren afgescheiden substantie die men al in de 17e eeuw aanprees als geneesmiddel en verwerkt werd in parfums. Deze naar muskus ruikende stof gebruikt de bever voor het afbakenen van zijn territorium. Het is éeén van de grootste knaagdieren in de wereld.
De bever leeft in Nederland in een aantal zich goed ontwikkelende populaties die qua leefgebied naar elkaar toegroeien. Nadat de bever sinds 1826 niet meer was gezien, vonden in 1988 herintroducties plaats in de Biesbosch en de Gelderse Poort.
Onze golfbaan ligt in de corridor tussen de Gelderse Poort en de Biesbosch
De bever
De bever heeft een brede, geschubde, horizontaal afgeplatte staart. De poten zijn vrij kort. De achterpoten hebben zwemvliezen. De kop is stomp en de oren en ogen zijn klein. De neus en oren kunnen worden afgesloten bij het zwemmen. Ook zit er in de wang een stuk weefsel dat de mond afsluit als het dier onder water knaagt. Hij heeft een paar sterke oranje tanden die altijd doorgroeien.
De bever is 75 tot 90cm groot en zou dus eenvoudig gespot kunnen worden door oplettende golfers. Dat zal zelden in daglicht gebeuren; de bever is wel een dagdier, maar in gebieden met verstoring is hij vooral in de ochtend te zien
Bevers zijn goede zwemmers. Ze kunnen tot vijftien minuten onder water blijven, maar een duik duurt meestal vijf à zes minuten.
De bever heeft een zeer uitgebreid, maar strikt vegetarisch menu. 's Zomers eet hij kruiden, bloemen, jonge scheuten van waterplanten, grassen en wortels. Daarnaast eet hij ook alle delen van bomen en struiken (stam, takken, bladeren en wortels). Hij heeft een voorkeur voor wilg, populier en ratelpopulier. Kortom, ht dier vindt op onze golfbaan een heerlijk gevarieerd menu.
De schors van de stam knaagt hij af met zijn vlijmscherpe tanden. Een bever kan een 25 centimeter dikke boom omknagen in minder dan vier uur.
Bevers worden meestal zeven of acht jaar oud, maar ze kunnen vijfentwintig jaar oud worden. De belangrijkste natuurlijke vijanden zijn grote roofdieren, voornamelijk de wolf. Andere belangrijke doodsoorzaken zijn verhongering, verdrinking (in de winter, als het water plotseling stijgt en de dieren niet kunnen ontsnappen door het ijs) en auto-ongelukken.
Leefgebied
Bevers leven in kleine familiegroepen in de buurt van water. Meestal leven er zo'n vijf of zes bevers in een groep, bestaande uit een volwassen paartje en hun jongen van de twee laatste worpen. Jongen blijven zo'n twee jaar in een familiegroep, waarna ze hun eigen territorium gaan zoeken. Territoria worden afgebakend met anale geursporen, castoreum of bevergeil genoemd. Bij gevaar slaat een bever met zijn staart op het wateroppervlak.
De aanwezigheid van bevers wordt verraden door de aanwezigheid van omgevallen bomen, bomen waarvan de schors is afgeschild (zoals bij de golfbaan achter Appel 5, ondiepe kanalen en een burcht in het water. Als het mogelijk is, bouwen ze een nest in een ondergronds hol. Anders bouwen de bevers een burcht die tot 2 meter hoog is terwijl de doorsnede wel 10 meter kan bedragen. De ingang hiervan bevindt zich onder water, waardoor ze onbereikbaar zijn voor roofdieren.
Ook leggen bevers soms dammen en kanaaltjes tot zo'n 150 meter lang aan. Daarmee kan de waterhoogte in de omgeving van de burcht worden gereguleerd, zodat deze constant op dezelfde hoogte blijft en de burcht niet onder water loopt ook wordt hierdoor het foerageergebied vergroot.

Auteur: Helma Zijlstra
 

 











 

30 juni 2018

Vogelspotting

Onlangs heeft de CTG commissie met ornitholoog Louis van Oort weer een rondgang over de Batouwe gemaakt om te kijken hoeveel vogels we in zo'n anderhalf uur tijd konden spotten. Het waren er 37 en dat was gelet op het regenachtige weer en ondat we wat later in het jaar gingen niet eens verkeerd. Een week later zag greenkeeper Jan Huibers een jonge Kwak in de buurt van Appel 8 en dat is echt spectaculair.

U treft onze waarnemingen aan door op deze link te klikken: /simpelscript/db/upload/debatouwennl/Vogels%20op%20de%20Batouwe.pdf

Om te zien welke vogels u zoal op de baan kunt tegenkomen kunt u in het menu de button Vogels aanklikken.

Piet Krijger.

 

 

14 juni 2018

Rapport ecologisch onderzoek

Over deze ecologische waarde van golfbanen heeft Fore Green Consultancy, een groep van 6 Masterstudenten van Wageningen University, een adviesrapport geschreven. Zij hebben onderzoek gedaan naar de huidige ecologische waarde van drie golfbanen (De Batouwe, Golfbaan Heelsum en Golfbaan De Hoge Dijk), naar maatregelen om de ecologische waarde te verhogen en naar mogelijkheden om het imago van golfbanen te verbeteren.

Op 9 mei werden in het clubhuis de bevindingen gepresenteerd en het definitieve rapport is nu in te zien en te downloaden vanaf de site van de Universiteit Wageningen:

Hierbij de link naar de projectpagina, met aan de rechterkant de te downloaden pdf’s: https://www.wur.nl/nl/Onderwijs-Opleidingen/wetenschapswinkel/Projecten/Show/Ecologische-meerwaarde-van-golfbanen.htm

Kort na de vakantie gaan we als Committed to Green met de Mastergroep om tafel om de details van het rapport te bespreken en dan specifiek in relatie tot de natuur op onze golfbaan on omgeving. 

Piet Krijger.

 

 

10 juni 2018

Vogels op de Batouwe

Op donderdag, 14 juni om 19.30 makenleden van de Committed to Green samen met de externe vogeldeskundige Louis van Oort een rondgang over de golfbaan om vogels te spotten. We doen dan ook een telling van de soorten die we kunnen waarnemen. 

Wilt u dit graag bijwonen? Meldt u zich dan bij Hans Tetteroo op 06 21867751 die dit vanuit de CTG coördineert.

 

29 mei 2018

Gemengd huwelijk

Onze golfbaan heeft zowaar ook multi-culturele trekjes en kent een gemengd huwelijk. Een Canadese gans en een Grauwe gans hebben een gezinnetje gesticht. Heel uniek in de natuur.

Axel Messing van de CTG maakte deze video tijdens zijn rondje golf.

/simpelscript/db/upload/debatouwennl/Gemengd%20huwelijk.MOV

 

25 april 2018

Presentatie onderzoek Wageningen Universiteit op de Batouwe.

Eerder schreven we over het onderzoek dat een groep Masterstudenten van de Universiteit van Wageningen uitvoert op onze golfbaan. De Batouwe was één van de eerste golfbanen aan wie het GEO certificaat werd uitgereikt. Inmiddels volgden 130 banen ons voorbeeld. 

Nederland is daarmee één van de koplopers op het gebied van gecertificeerde golfbanen met duurzaam, ecologisch beheer. Echter is deze ecologische waarde nog steeds in ontwikkeling en maar weinig Nederlanders zijn zich bewust van de ecologische waarde van golfbanen.

Over deze ecologische waarde van golfbanen heeft Fore Green Consultancy, een groep van 6 Masterstudenten van Wageningen University, een adviesrapport geschreven. Zij hebben onderzoek gedaan naar de huidige ecologische waarde van drie golfbanen (De Batouwe, Golfbaan Heelsum en Golfbaan De Hoge Dijk), naar maatregelen om de ecologische waarde te verhogen en naar mogelijkheden om het imago van golfbanen te verbeteren.

De uitkomsten van dit onderzoek zullen gepresenteerd worden op golfbaan De Batouwe te Zoelen op woensdag 9 mei tussen 14:00 – 16:00. U bent van harte welkom deze middag om onze presentatie bij te wonen en onder het genot van een hapje en een drankje te praten met onze adviseurs en andere geïnteresseerden.

Indien u graag aanwezig wilt zijn verzoeken we u een mail te sturen naar de secretaris van de onderzoeksgroep, Joeri de Wit, en wel naar het volgende emailadres: joeri.dewit@wur.nl. Vermeld hierin uw naam, met hoeveel mensen u komt en eventuele bijzonderheden.

                          De onderzoeksgroep op De Batouwe.

Art Alblas en Piet Krijger.

 

 

28 maart 2018

Ecologische waarde van “De Batouwe”

De golfbaan de Batouwe begint zich steeds meer te ontwikkelen tot een soort groene oase met veel leven gelegen in een te mineraalrijke (landbouw) omgeving met weinig soortenrijkdom. Deze golfbaan fungeert als een refugium voor bepaalde soorten planten en dieren. We zijn niet voor niets een GEO-gecertificeerde baan. Deze internationale certificering door de Golf Environment Organization (GEO) houdt in dat we bewust omgaan met natuur en milieu. Idee dat vaak leeft bij de bevolking als het over golf gaat, is dat het een elitaire sport is die slecht is voor het milieu, maar het tegendeel is vaker het geval.

 

Zoals je hieronder in ons bericht van 6 januari jl al hebt kunnen lezen, zijn we in samenwerking met de wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit en Research in overleg getreden over een mogelijk onderzoeksproject voor studenten m.b.t. de bijdrage die golfbanen kunnen leveren aan de biologische/ecologische kwaliteit van het landschap (vgl. ecologische hoofdstructuur). Een soort van stepping stone worden.

Na een positief overleg gaan studenten binnenkort aan de slag vanuit de ACT-groep van de universiteit. ACT staat voor Academic Consultancy Training.

Inmiddels heeft ook golfbaan Heelsum bij dit initiatief aangesloten en trekken we er samen in op.

Via deze website zullen we u op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

 

Art Alblas en Piet Krijger.

 

 

27 maart 2018

Cross Country wedstrijd

Op zondag, 25 maart jl werd de Cross Country wedstrijd gespeeld. Een inmiddels traditionele wedstrijd, georganiseerd door en voor de CTG.

In deze wedstrijd waarbij moeten kris kras (maar wel georganiseerd) 15 lastige en onbekende holes worden gespeeld. Tegen de verwachting in was het buitengewoon lekker weer; de jassen en truien gingen snel uit!

Margreet Prager was ook dit jaar weer verantwoordelijk voor de organisatie, waarvoor onze dank, evenals aan degenen die haar daarbij hebben geholpen.

De opbrengst komt ten goede aan de Committed to Green activiteiten. Het positieve saldo willen we dit jaar benutten om natuur-informatieborden op de baan te realiseren. Als alternatief hebben we het planten van plantjes ter bestrijding van de eiken processie rups.

De 3 winnende flights kregen, evenals de 'Leary' en 'Neary' winnaars, allemaal en ijsvogel-speldje, onze mascotte.

Alle andere deelnemers kregen een tray met viooltjes mee naar huis.

 

De 3 winnende teams waren als volgt:

1.    Gerard Rutten/Jan Schilham/Theo Roeleveld/ Henk van der Hart

2.    Neil Mosedale/Sylvia Veenstra/Barend de Graaff/Mia

3.    Coen Rosengarten/Michel Strik/Jos Strik/Susan Chiu

Leary: Team Gerben Dros/Pieter den Boeft/Bas Gaastra/Mark Hoornik

Neary: Hans Wermers

 

Namens de CTG

Gail Groen en Piet Krijger.

 

 

20 februari 2018.

Steenmarters gesignaleerd.

Greenkeeper Jan Huibers werd onlangs verrast met mooie beelden van de webcam bij de loods van greenkeeping.

Twee Steenmarters dartelden vrolijk voor de camera heen en weer. Best een zeldzame verschijning voor de in wezen schuwe diertjes. De video's laten zien dat we in de loop der jaren een rijke en gevarieerde biotoop hebben weten te creëeren en stimuleren op De Batouwe.

http://youtu.be/1aqh44rKiww

http://youtu.be/pzfg69Dsg3U

Ook werd laatst op dezelfde wijze een Kerkuil gespot.

 

 

6 januari 2018.

Onderzoek naar de ecologische waarde van onze golfbaan.

Zoals we allen kunnen ervaren bij het golfen is de natuur op onze baan ruimschoots aanwezig. We kunnen niet alleen genieten van onze prachtige sport, maar ook van de zeer gevarieerde natuurelementen om ons heen. Golf en natuur, twee elementen die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Voor de meeste golfers is sportief bezig zijn in een natuurlijke omgeving dan ook een van de sterke punten van hun sport.

De soortenrijkdom aan planten en dieren op De Batouwe blijkt vele malen groter te zijn dan in de omliggende gebieden. Kortom onze baan levert een daadwerkelijke bijdrage aan de biodiversiteit in het gebied. Het fungeert als een uitvalsbasis (stepping stone) voor diverse zeldzame en kwetsbare dieren- en plantensoorten.

Committed to Green wil de kennis over natuurwaarde van onze baan verder  uitbreiden en verdiepen. Daartoe willen wij een onderzoek laten uitvoeren. Wij zijn in overleg getreden met de wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Daar is men nu op zoek naar studenten die geinteresseerd zijn in dit onderzoek en naar wetenschappelijke begeleiders die deze studenten willen begeleiden. Tevens proberen wij om een vergelijkbaar onderzoek plaats te doen vinden op golfbanen in de buurt. We zijn al in overleg met Golfclub Heelsum.

Alle organisaties die zich bezighouden met de ecologische kwaliteit van ons  landschap hebben belang bij een zo groot mogelijk gebied waarbinnen natuurontwikkeling mogelijk is. Golfbanen kunnen daar zeker aan bijdragen. Verder is een goed ecologisch beheer van golfbanen belangrijk voor de maatschappelijke positie van de sport.

Foto: Piet Krijger

In het komende jaar willen wij ook proberen om onderzoek naar de natuurwaarde van   golfbanen in Nederland te promoten. In Nederland zijn op dit moment circa 200 golfbanen met een gemiddeld oppervlak van 75 hectare. Hiervan is minstens 50% blijvend groen gebied (=7500 ha) en al of niet al ontwikkeld als natuurgebiedje.  Deze stukjes natuur kunnen wellicht "Stepping Stones" vormen in het grotere geheel van natuurgebieden in Nederland. Alle natuurgebiedjes op alle golfbanen bij elkaar hebben een oppervlak dat 1,5 maal zo groot is als dat van natuurgebied de Oostvaardersplassen!

Art Alblas

 

28 oktober 2017.

Bijen, een zeer soortenrijke groep insecten die ruimschoots aanwezig is op de golfbaan.

prachtige baan kent een zeer gevarieerd insectenleven. Een belangrijke groep van deze insecten zijn de bijen. Hier volgt een beknopte beschrijving van deze insectengroep.

Bijen zijn insecten die behoren tot de vliesvleugeligen, de Vliesvleugeligen. Vliesvleugeligen zijn insecten met in principe twee paar, vliezige vleugels die met haakjes aan elkaar bevestigd kunnen worden. De voorvleugel heeft relatief weinig en tamelijk grote cellen, maar bij kleine soorten is de adering vaak sterk gereduceerd. De monddelen zijn bijtend, maar bij de bijen is er ook een lintvormige ‘tong’ aanwezig om nectar te verzamelen.  

Fig 1. De geaderde vleugels van een vliesvleugelige

 

Naast de vliesvleugeligen zijn er vele andere insectengroepen. Een van die andere groepen die we vaak tegenkomen op bloemen (bijv. zweefvliegen), maar ook in ons huis (bijv. muggen) zijn de tweevleugeligen die naast een paar ontwikkelde voorvleugels op de plaats van de achtervleugels een paar knotsvormige uitsteeksels (de z.g. “halters”) hebben die voor de balans tijdens de vlucht dienst doen. 

 

 

Fig 2. Halters aangegeven met rode pijlen 

 

Bijen zijn in drie hoofdgroepen te onderscheiden:

 

1. Zaag- of bladwespen (Symphyta: zonder ‘wespentaille’ en de vrouwtjes met legzaag of -boor)

 Zaag- bladwespen

2. Sluipwespen (Parasitica: met wespentaille en legboor)

Sluipwesp

3. Angeldragers (Aculeata: met wespentaille en de legboor is meestal omgevormd tot angel)

Honingbij

Bijen hebben relaties met bloemen én met andere, soms broed parasitair levende, bijen of wespen.

In Nederland zijn circa 360 soorten bijen bekend. Slechts één hiervan is de bekende honingbij. Dit is een beetje een apart geval, want deze komt in Nederland niet of nauwelijks in het wild voor. De honingbij wordt door imkers gehouden in bijenkasten en is daarom niet echt als een wilde diersoort te beschouwen. De overige bijensoorten beschouwen we wel als 'wilde' bijen, omdat zij niet door de mens verzorgd worden. Wilde bijen zijn zeer divers in uiterlijk en levenswijze. Van kleine, zwartglimmende maskerbijtjes tot grote, harige hommels. Van nesten in holle braamstengels tot zelfgegraven gangenstelsels in de grond. Sommige soorten verzamelen stuifmeel van elke bloem die ze tegenkomen, andere zijn kieskeurig en lusten uitsluitend stuifmeel van bijvoorbeeld klokjes, heggenrank of ogentroost.

Onze golfbaan is verrassend rijk aan bijen, vooral door de vele bloemplanten en kleinschalige variatie van de begroeiing. Bij een recente rondgang door de baan zijn we vele soorten tegengekomen en als we de inventarisaties in vergelijkbare gebieden bekijken kunnen we er wel vanuit gaan dat er toch zeker 75 tot 100 soorten bijensoorten te vinden zijn.

In het omliggende agrarische gebied zal de soortenrijkdom aanzienlijk lager zijn. Dit komt ondermeer omdat het aantal soorten bloemplanten veel kleiner is dan op de Batouwe. Tevens worden de bijen en ook alle andere insecten, op dit moment, bedreigt in hun voortbestaan door het gebruik van de zg. neonicotinoïden, insectenbestrijdingsmiddelen die op grote schaal gebruikt worden. Het gebruik van chemische gewasbescherming is vanaf 2020 verboden voor golfbanen en alle andere sportaccommodaties. Land- en tuinbouw zijn tegen een verbod maar Europees gaat deze er zeker komen in ieder geval voor een of meer specifieke middelen uit de groep van neonicotinoïden. Wat wij als golfclub kunnen doen is het aanbod van planten zo groot en divers mogelijk maken. Daarmee zijn we een klein eilandje waar het goed toeven is voor insecten. Volgend jaar wordt extra aandacht gegeven aan de bijen op onze site.

Art Alblas

 

Natuur Actueel

30 september 2017

Overal paddenstoelen op en langs de fairways!

In deze periode van het jaar komen we op onze golfbaan tientallen soorten paddenstoelen tegen. Het aantal soorten in Nederland is overweldigend. Het aantal soorten groene planten in Nederland bedraagt ongeveer 1500, terwijl het aantal soorten paddenstoelen ruim 5000 is! Het is voor de leek dus ondoenlijk om al deze soorten te onderscheiden.

De Melksteelmycena (tussen Peren 3 en 4) en het Donsvoetje

Iedereen heeft wel eens een paddenstoel gezien, maar wat is het eigenlijk? Een paddenstoel is de vrucht van bepaalde schimmels. Het overgrote deel van de schimmel zit onder de grond of in hout in de vorm van een kluwen witte draden, welke zwamvlok of het mycelium wordt genoemd. Vruchten van groene planten dienen, zoals bekend, voor de productie van zaden. Ook de paddenstoel zelf dient voor de voortplanting, maar niet doormiddel zaden, maar van sporen. Schimmelsporen zijn zeer klein en kunnen daardoor door de wind over gigantische afstanden verspreid worden. Of een paddenstoelen-soort ergens voorkomt hangt dus niet af van de aan-of afwezigheid van sporen - die zijn overal - maar van de geschiktheid van de grond en omgeving (biotoop) waar die sporen landen. Onze baan heeft veel geschikte biotopen voor heel veel soorten paddenstoelen.

De verschillende soorten paddenstoelen hebben allemaal verschillende sporen en door de sporen met een microscoop te bekijken kan men vaststellen welke soort het is. Voorbeelden van paddenstoelen die bijna alleen met de microscoop te determineren zijn vanwege vele gelijkende soorten zijn Mycena's en Donsvoetjes.

 

Paddenstoelen zijn in drie groepen te verdelen:

De symbionten

Deze paddenstoelen wisselen stoffen uit met bepaalde bomen. Sommige soorten zijn erg selectief en groeien alleen bij één soort boom, wat een goed determinatiekenmerk is! Een bekend voorbeeld is de Berkenboleet.

Gewone Berkenboleet

De parasieten

Deze paddenstoelen leven op levende bomen en sommige soorten kunnen er voor zorgen dat bomen sterven.  Paddenstoelen zijn overal te vinden, zolang je er maar naar zoekt. In bossen, weilanden, bermen en ook tuinen zijn paddenstoelen te vinden. Op levende bomen kan je hier parasieten vinden als Berkenzwam en echte Tonderzwammen. 

Tonderzwam

De saprotrofen

Dit zijn de grote opruimers onder de paddenstoelen. Ze leven o.a. op dood hout, bladeren, naalden en zelfs poep. Op dood hout zijn saprotrofen als Geweizwam, Houtknotszwam, Ruig Elfenbankje, Gewoon Elfenbakje, Roodporiehoutzwam (paddenstoel die lijkt op een groot elfenbankje en een mooie structuur aan de onderkant heeft) en Waaierkorstzwam te zien.

Waaierkorstzwam

 

Andere symbionten die niet op dood hout groeien, zijn o.a. de eetbare Schubbige Boschampignon en de Berkenboleet. Ook de symbionten zijn op onze baan goed vertegenwoordigd: zoals de Grote Parasolzwam, die op dit ogenblik in volle glorie te zien is op Appel 4.

 Grote Parasolzwammen

Verschillende  melkzwammen, russula's en amanieten, zoals de bekende (giftige) 'rood met witte stippen' Vliegenzwam, waarschijnlijk de bekendste paddenstoel van Nederland.

Vliegenzwam

Alhoewel de meeste paddenstoelen in de herfst groeien zijn er ook in de andere seizoenen  paddenstoelen te vinden. Sommige daarvan staan er het hele jaar, zoals Tonderzwam en andere groeien alleen 's winters, zoals Winterhoutzwam, die opvalt door de buisjes aan de onderkant, en Gewone Fluweelpootjes.  Hierbij enkele voorbeelden van soorten die regelmatig te zien zijn op onze golfbaan: 

Gewoon Fluweelpootje

Witte Kluifzwam

Grootsporige Champion

Verantwoording: Bij de samenstelling van deze tekst is gebruik gemaakt van:

http://www.werkgroepnld.nl/pdf/Paddestoelen.pdf, auteur: Maico Weites en foto's van het internet.

 

Art Alblas

 

 

 

Natuur Actueel

5 augustus 2017

Fazanten in de baan

Ja, plotseling zagen we ze lopen, een haan met wel vijf halfwas jongen. En helemaal niet bang. Je kon best dichtbij komen om ze te fotograferen. Ze liepen op Peren 1 aan het eind in het ruwe stukje tussen P1 en P8 achter de driving range. Op elke lus van de golfbaan kom je wel fazanten tegen. Vooral de fel gekleurde mannetjes trekken de aandacht. 

De fazant komt van nature voor in het gebied tussen Georgië, Armenië, Azerbeidzjan en van Vietnam tot in Noord-Korea. De Romeinen waardeerden de fazant om zijn vlees en zorgden ervoor dat de soort zich over grote delen van Europa verspreidde. De in Europa levende (bos-)fazant is een mix van tenminste vier ondersoorten. Er bestaan 30 ondersoorten! van de Phasanus colchicus (Linnaeus, 1758). De niet meer bestaande raszuiverheid is te wijten aan het vele kweken voor de jacht in de laatste twee eeuwen. Het natuurlijke leefgebied zijn de laaglandbossen waar ze hun voedsel bij elkaar sprokkelen, bestaande uit zaden, planten, kevers en insecten. Op de baan zoeken ze overdag de hogere rough op voor dekking en voor het zoeken naar voedsel. De aantallen zijn na het (geleidelijk) verbod op uitzetten vanaf 1978 en het niet meer mogen bejagen van vossen sterk teruggelopen. Ook de roofvogels en onze ooievaars en reigers zijn daar debet aan. Maar de grootste directe invloed heeft altijd de mens gehad. Gelukkig gaat het nu wat beter met de populatiegrootte in Nederland en lijkt de populatie omvang zich te stabiliseren. Fazanten overnachten in struiken/bomen waarbij de vrouwtjes vaak niet hoog genoeg zitten en zo ten prooi vallen aan vossen en verwilderde katten. 

(Foto's Piet Krijger)

Fazanten zijn nestvlieders, ze worden geboren met reeds een laag donsveren voor camouflage en isolatie. De ogen zijn open en ze kunnen direct al lopen. Ze kunnen meestal ook zelf voedsel zoeken. Ze pikken naar alles wat hun voor de snavel komt en ze leren al gauw hun voedsel te herkennen. Toch hebben ze ook nu nog enige zorg nodig en daar helpt het mannetje ook aan mee. Het mannetje loopt met de jonge fazanten door het veld en zodra er zich gevaar voordoet , door bijvoorbeeld een golfer, maakt het luid kabaal en lokt de vermeende agressor weg van de jongen. Kievieten en scholeksters gebruiken eenzelfde afleidingstechniek. In de eerste weken zijn de pulletjes aangewezen op dierlijk eiwitrijk voedsel, dat veelal bij slootjes is te vinden. 

De fazant is alleen overdag actief. Rusten of roesten doen fazanten in groepen, het liefst in bomen of struiken en als die er niet zijn, op een beschutte plek op de grond. De fazant is een echte loopvogel die grote afstanden kan afleggen op zoek naar voedsel. Fazanten leven meestal in groepen. In de winter zijn dat groepen van drie of vier hanen met een paar hennen, maar ook wel eens alleen maar hanen. Iedere haan heeft tijdens de paartijd een eigen baltsplaats, waarop zich meestal enige hennen bevinden. Rivalen worden dan niet geduld. In het veld is de aanwezigheid van fazanten al snel duidelijk door de schorre kreet van de hanen.

Fazanten hebben een lang broedseizoen, van maart tot en met juni. De vogels leven in een haremstructuur, waarbij een mannetje vaak meerdere vrouwtjes bevrucht. Het nest wordt goed verscholen gemaakt. Eén legsel met 10 tot 14 eieren. Broedduur 22 - 27 dagen. De goed gecamoufleerde vrouwtjes broeden de eieren uit. De jongen verlaten meteen na uitkomen het nest en volgen het vrouwtje en de andere jongen. Wel zoeken ze meteen hun eigen voedsel.

Henk Jenner

 

30 juni 2017

Birdwatching Day golfbanen in Nederland in 2017

De ‘Birdwatching Day’ is een initiatief dat door de NGF en Vogelbescherming Nederland werd georganiseerd op 6 mei 2017. Samen met vogelkenner Louis van Oort hebben groepje CtG’ers en een paar belangstellenden een ‘rondje’ gemaakt over de baan. Het is verheugend om te kunnen melden dat steeds meer golfbanen serieus werk maken van CtG en de betrokkenheid van golfend Nederland voor de natuur en vogels in het bijzonder groeiende is.

Dit jaar deden 84 clubs mee en zijn er in totaal 3821 vogels geteld en 167 verschillende soorten. Daarmee werd het vorige 'record': 3503 vogels, 163 soorten op 76 golfbanen gebroken. Om het competitie element er in te houden: op GC de Stippelberg in het Brabantse Bakel werden de meeste soorten vogels geteld: 83 – van aalscholver tot zwartkop. Wij hadden op onze baan 34 soorten en ja soms weet je wel dat er een soort moet zijn maar is deze er deze ochtend even niet. Alles optellend komen we waarschijnlijk in de buurt van de 50 soorten. Dat is voor een kleibaan waar de natuurontwikkeling geholpen is door gerichte aanplant van (fruit) bomen en heesters best goed te noemen.

De meest opvallende soort bij ons op de baan is de grote lijster (zie vorige nieuwsbrief en Natuur actueel). Een van de soorten die we in steeds geringere aantallen op de baan zien is de scholekster. Trouwens, het gaat met bijna alle weidevogels slecht. Als je vroeger (10 jaar terug) vanaf de snelweg naar de Batouwe reed over de provinciale weg langs Culemborg zag je altijd veel weide vogels vooral kievieten. Dit jaar heb ik er een handjevol kunnen tellen. Aan scholeksters helaas maar enkele. Als oppepper hierbij een foto die ik maakte op de Tesselse golfclub waar scholeksters nog in relatief grote aantallen voorkomen.

Henk Jenner

 

 

 

 

 

03 juni 2017 Geen eagle of albatros maar wel veel birdies

Op 6 mei 2017 werden veel birdies gescoord. Heb ik iets gemist? Misschien wel, want het was de landelijke vogeltelling op golfbanen in Nederland, georganiseerd door NGF, Vogelbescherming en Stern, de NGF partner in duurzaamheid. Natuurlijk was CtG (Committed to Green) erbij met nog een aantal enthousiaste natuurliefhebbers.

 

Op de foto vlnr: Louis van Oort, Gail Groen, Hr Meulemans, Margreet Prager, Art Alblas, Hans de Regt, Henk Jenner en Henk Folmer.

Onder leiding van Louis van Oort vertrokken we om 7 uur ’s-ochtends voor de vogeltelling op de Batouwe. Louis is een bekend vogelspecialist in het ‘Betuwse’ en hij herkent alle soorten op zang en op zicht. Daarvoor had hij een sterk vergrotende monokijker meegenomen wat het meteen fascinerend maakt om dicht op een vogel te ‘kruipen’.

 

De grote lijster op Kersen 5 (foto: Adri de Groot, Vogeldagboek)

Er komen best veel soorten voor op onze golfbaan en bijna iedere golfer kijkt wel even naar de ooievaarsnesten op Kersen 6 en Peren 4, die inmiddels elk twee jongen hebben. Maar er zijn nog veel meer vogelsoorten aanwezig op de Batouwe; kijkt u maar eens op onze website op  www.batouwenatuur.nl of via de button met het ijsvogeltje op de centrale website van de Batouwe. Al deze soorten zijn een goed teken voor de biodiversiteit van de Batouwe en samen met de greenkeepers is CtG er om die biodiversiteit te behouden en waar mogelijk te vergroten. Uiteindelijk konden we die dag 43 soorten waarnemen, wat best een goed resultaat is. We hebben natuurlijk meer soorten op de baan maar ja het blijft een momentopname. Op dinsdag 6 juni om 19.00 gaan we een avondtelling doen. Er is nog ruimte voor een paar vogelliefhebbers. Graag aanmelden bij batouwenatuur@debatouwe.nl.

Naast de vogels die we regelmatig tegenkomen op de Batouwe werden we tijdens onze rondgang ook verrast door een paar zeldzamere soorten, zoals de grote Lijster, de Krakeend en de Visdief.

Dus bij je volgende rondje zou ik zeggen: lopend naar je volgende slag heb je voldoende tijd om eens rond te kijken en te genieten van onze prachtige omgeving. De vogelsoorten waren:

Aalscholver; Boerenzwaluw; Boompieper; Buizerd; Canadese gans; Ekster; Gaai; Gele kwikstaart; Grasmus; Groene Specht; Grote lijster; Heggemus; Holenduif; Houtduif; IJsvogel; Kauw; Kieviet; Kleine karekiet; Kleine mantelmeeuw; Knobbelzwaan; Koekkoek; Koolmees; Krakeend; Kuifeend; Meerkoet; Merel; Nijlgans; Ooievaar; Pimpelmees; Putter; Roek; Roodborst; Scholekster; Spreeuw; Staartmees; Tjiftjaf; Tuinfluiter; Vink; Visdiefje; Wilde eend; Winterkoning; Witte kwikstaart; Zanglijster; Zwarte kraai.

We houden u op de hoogte van de landelijke resultaten.

Piet Krijger.

 

 

 

 

 

 

06 mei 2017 Counting Crows

Ha denkt u. Een stukje over popmuziek. De Counting Crows zijn immers een rockband uit de Verenigde Staten. In Nederland vooral bekend van het nummer ‘Holiday in Spain’. Maar daar gaat dit stukje niet over. Dit gaat over kraaien en onder andere over het feit dat zij kunnen tellen. Maar hierover later meer. Net als elders in de natuur komen ook op De Batouwe (relatief) veel kraaien voor. Maar wat bedoelen we als we het hebben over kraaien. De kraaienfamilie is vrij uitgebreid en omvat kauwen, zwarte kraaien, bonte kraaien, roeken en raven. Eksters en gaaien behoren ook tot de kraaienfamilie. De kauw is de kleinste soort, ongeveer anderhalf keer de lengte van een merel maar met een veel forser postuur. Ziet u op de baan een grotere variant, effen zwart en met een grotere karakteristieke snavel waarbij de bovensnavel bij de punt naar beneden wijst, dan is het een kraai. Bonte kraaien (wintergast), roeken (iets kleiner dan een kraai en herkenbaar aan een kale snavelbasis) en raven (groter dan de kraai) zult u op De Batouwe niet snel aantreffen.

 

Zwarte kraai, foto: Adri de Groot

De kraai is voor velen niet de meest favoriete vogel. Zeker in het voorjaar zal menig golfer geconfronteerd zijn geweest met een kraai die zich pardoes stort op een groepje schattige jonge eendjes om er  vervolgens met één in zijn snavel vandoor te gaan. Dit overigens ook weer met een goed doel, de jonge kraaien moeten immers ook gevoed worden. Ook het roven van eieren is aan de orde van de dag. Buiten de broedtijd voeden ze zich voornamelijk met schadelijke insecten waardoor ze, zeker op de golfbaan, erg nuttig zijn.

Kraaien broeden van april tot en met juni en leggen 4 tot 6 eieren die ze in 19 tot 20 dagen uitbroeden. Vaak beperken ze zich tot één broedsel. Het nest wordt meestal hoog in oude bomen gebouwd. In 1948 zat er een nest zelfs in een torenkraan van een scheepswerf in Zaandam. Dat het nest over een rail schoof en naar alle windrichtingen draaide bleek voor broeden en grootbrengen van de jongen geen enkel bezwaar.

In de historie en in sprookjes is de kraai altijd gekoppeld geweest aan mystiek en ellende. Denk aan de heks met een kraai op haar schouder en de verlaten galg waarop enkele kraaien zich geposteerd hebben. Dit laatste heeft te maken met het feit dat kraaien ook aaseters zijn, reden waarom we ze zo veelvuldig langs de snelweg zien.

 

 

Boven Roek; Onder Kauw,  foto's: Adri de Groot

Je mag rustig stellen dat de kraai geen populaire vogel is. Dit is niet terecht, hij behoort tot de intelligentste vogels en dat is te merken. Er zijn meerdere golfbanen waar kraaien de rits van de golftas openen om er vervolgens de boterhammen uit te stelen. Dat doen ze dan vaak op een plaats waar de golftas even verder weg geparkeerd wordt om bij voorbeeld naar de green of de afslagplaats te lopen. Kraaien zijn ook in staat om gereedschap te gebruiken zoals takjes om insectenlarven  mee uit boomholtes te peuteren. Geef een duif een snee brood, hij begint lustig van binnenuit te eten en weldra zie je de duif met een korst brood om zijn nek dommig om zich heen kijken, zo van ‘hoe is mij dit toch overkomen?’ Geef een kraai een snee brood en hij houdt met één poot het brood tegen de grond gedrukt om het vervolgens zonder problemen op te kunnen eten.    

En dan over het tellen. Kraaien kunnen tellen. Tot drie en volgens sommige deskundigen zelfs tot zes.

Hoe dan? Als een kraai vijf mensen een schuilhut binnen ziet gaan en hij ziet er later vier uitkomen, dan weet hij dat één persoon zich nog in de schuilhut bevindt. Dit kan voor de kraai betekenen dat een eventueel  gevaar nog niet geweken is en hij zal daar ook naar handelen. Voor ons is dit vrij logisch maar voor een dier en zeker voor een vogel is dat vrij uitzonderlijk.

Als u straks weer uw rondje loopt zult u ongetwijfeld kraaien zien. Als u dan toch even moet wachten op de flight voor u neem dan even de tijd om deze vogels te observeren. U zult er zeker door gefascineerd worden.    

Raymond Robinson

 

 

 

2 mei 2017 Bird Watching Day op De Batouwe op 6 mei 2017 om 07.00

In nauwe samenwerking met Vogelbescherming Nederland gaan we aanstaande zaterdag weer de vogels tellen die gehoord en gezien worden op onze baan. Dit gebeurt onder leiding van vogelkenner Louis van Oort. Hij heeft CtG de afgelopen jaren begeleid met het herkennen en tellen van de vogels op onze baan. De start is bij het clubhuis om 07.00 en zal ongeveer twee uur duren. Graag aanmelden via email bij henk@jenneronline.nl. Iedereen die belangstelling heeft voor vogels is van harte welkom.

Meer informatie is te vinden op http://www.birdwatchingday.nl/

 

 

 

2 april 2017 Vleermuizen op de golfbaan

Op de golfbaan zitten verschillende soorten vleermuizen. De soorten die we de laatste 2 jaar waarnemen zijn de grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis en de gewone dwergvleermuis.

Meerdere soorten zijn waarschijnlijk wel aanwezig en dan vooral foeragerend maar daar moeten we doormiddel van inventarisatie met een bat detector achter gaan komen. Dit gaat komend jaar of volgend jaar gebeuren. Vleermuizen zijn belangrijke dieren voor de golfbaan, vandaar ook dat we ze hier en daar proberen te helpen. Vleermuizen eten in de periode mei tot oktober ongeveer 40.000 insecten waardoor de insectendruk op onze grasmat lager wordt en bestrijding dus voorkomen kan worden. Het stukje in deze nieuwsbrief is verzorgd door Gerard de Kock die ons helaas heeft verlaten voor een nieuwe functie als boswachter beheer bij Staatsbosbeheer. We wensen hem veel succes in zijn nieuwe functie. Jan Huibers en Henk Folmer nemen de vleermuis taken over.

Interessante weetjes over vleermuizen op de golfbaan

Al sinds een aantal jaren zitten er vleermuizen in de kapschuur bij de greenkeepersloods. Zomer en winter zijn ze daar aanwezig. Zoals dit jaar is gebleken hebben we een kraamkolonie grootoorvleermuizen in de nok van de schuur zitten. In de winterperiode trekken ze dieper de schuur in waar het kwik nooit onder het vriespunt daalt. De grootoorvleermuis is 4 tot 5 centimeter groot en zijn oren zijn 3 tot 4 cm lang. Om zijn oren te beschermen in de winter tegen de koude vouwt hij ze op en stopt ze onder zijn schouders zoals op de foto's mooi te zien is. Tussen allerlei kieren in en rond de schuur zitten diverse gewone dwergvleermuizen. Zodra een ruimte van een cm breed en 10 cm of meer diep is zitten er wel dwergvleermuizen in. Met de laatste telling kwamen we op 10 dieren uit.

 

   

Grootoorvleermuis in winterverblijf met de oren onder de oksels gevouwen 

Ook in de baan zijn vleermuizen te vinden.

De meeste mensen hebben ze denk ik al wel gezien, de zwarte "flitskasten" die aan een aantal bomen hangen, zie afbeelding. Dit zijn dus vleermuizen kasten, de zogenaamde schwegler 1ff. In deze kasten hebben we al hele mooie resultaten behaald. Normaal duurt het een aantal jaar voor deze verblijfplaatsen gevonden worden. Hier was de eerste kast het eerste jaar al bewoond, het tweede jaar waren 3 van de 5 kasten bewoond. Deze kasten zijn geschikt voor alle soorten vleermuizen die hier in de omgeving voorkomen.

 

 

Vleermuiskast type Schwegler 1ff; onder ruige dwergvleermuis in een Schweglerkast

De komende paar jaar hopen we nog een aantal kasten te kunnen toevoegen en doormiddel van inventarisatie meer duidelijkheid te krijgen over welke soorten er nu precies rondvliegen en misschien zelfs huizen.

Gerard de Kock
 

 

 

 

16 maart 2017 Nestkasten rapport van 2016 

Voor de vogelaars en echte liefhebbers onder ons. Je kan nu het rapport over het broedseizoen 2016 van het Nestkastenonderzoek in Nederland vinden bij rapporten en dan bij vogels

 

9 maart 2017 Beleef de lente

Vandaag had ik contact met Louis van Oort, onze vogel specialist uit Geldermalsen en hij vertelde dat de site "Beleef de Lente" in de lucht is.

Voor de vogelliefhebbers is deze site een must. Beleef het wel en wee mee van allerlei soorten vogels via de webcam.

De site kan je vinden op: www.vogelbescherming.nl/beleefdelente. Veel plezier toegewenst.

 

4 Maart 2017 - Zwanenmosselen op de Batouwe

Nu na de grote schoonmaak van de waterpartijen op onze baan liggen overal grote lege schelpen. Het zijn zoetwatermosselen die een belangrijke functie vervullen in de waterpartijen.

We kennen in Nederland twee subfamilies van de Unionidae: de Zwanenmosselen (Anodonta’s) en de Stroommosselen (Unio’s). Bij ons op de baan zijn het vooral Zwanenmosselen (Anodonta cygnea , zie foto). Het zijn grote dunwandige schelpen met een gelige tot bruingroene kleur. Deze kleur wordt gevormd door een soort opperhuid welke over de schelpen heen ligt. De groeiringen zijn goed te zien. Deze soort kan 15 tot 20 jaar oud worden. Dat lijkt al veel maar er is een soort, de parelmossel, die expliciet leeft in koude rivieren en die wel 90 jaar oud kan worden.

Alle mosselen in zoet- en zeewater hebben hetzelfde principe om voedsel en zuurstof te vergaren. De dieren hebben kieuwen die bezet zijn met ciliën (soort trilharen) waarmee een waterstroom kan worden opgewekt door de kieuwen. Via een inlaatopening komt het water naar binnen en wordt geproefd op kwaliteit en voedsel. De kleine voedselpartikels (plankton maar ook bacteriën) en natuurlijk de benodigde zuurstof worden in de kieuwen uitgevangen. De voedseldeeltjes worden via een voedselgroef naar de mond getransporteerd en dan opgenomen in een eenvoudig maag-darm systeem. Ook een hart is aanwezig waarmee het bloed wordt rondgepompt. De faeces wordt door de uitlaatopening samen met het water  naar buiten geperst. Ook alle onverteerbare (klei)deeltjes worden zo, samengeperst in een klein miniworstje (pseudofaeces), naar buiten gewerkt. Op deze manier werken mosselen aan het vastleggen van fijne slibdeeltjes in waterpartijen. Zeewatermosselen doen dat op grote schaal in de Waddenzee. De voortplanting is best bijzonder, de eieren worden in de twee binnenste kieuwen “uitgebroed” van het vrouwtje en de larven hebben haakjes waarmee ze zich kunnen vasthechten aan kieuwen van vissen en zo worden verspreid over grote afstanden. De mossel zelf verplaatst zich met behulp van een grote gespierde voet die ze uitsteken en een anker vormen waarna ze zich er aan optrekken. Normaal leeft de mossel half begraven in de modderige bodem.

Anodonta cygnea (foto Henk jenner)

De grote Zwanenmosselen zijn tevens onmisbaar voor de voortplanting van een visje, de Bittervoorn. Deze vissoort is best zeldzaam maar komt gelukkig veelvuldig voor in de sloten en plasjes op de baan. Het vrouwtje legt specifiek haar eieren in de mossel waar ze uitgebroed worden in een beschermde omgeving in plaats van vrij in het water of op een rietstengel.

Dat er op dit moment veel mosselschelpen op de kant liggen komt door twee oorzaken. Allereerst zijn de waterpartijen op veel plaatsen geschouwd waarbij het riet, modder en daarmee veel mosselen op kant zijn getrokken. De vossen, ratten, meeuwen en kraaien krijgen de dunne schelpen gemakkelijk open en het mosselvlees is een lekkernij voor ze. De greenkeepers hebben zoveel mogelijk de mosselen teruggegooid maar in de modder zijn ze slecht te herkennen. Ten tweede is de waterstand op de baan lager dan normaal en staat deze op winterstand zoals Rijkswaterstaat dat wil hebben. Hierdoor komen de mosselen langs de kant binnen bereik van hun vijanden. Veel mosselen hebben duidelijke haksporen van snavels.

 

3 Februari-Aanleg paddenpoel op Appel 5

Foto's: Henk Jenner

 

Speciaal aangelegde ondiepe vijvers, “Paddenpoelen” kunnen voor kikkers, padden en salamanders (amfibieën) een prima biotoop vormen om bedreigde en zeldzame soorten te helpen.

CtG heeft, in samenspraak met de greenkeepers op De Batouwe op Appel 5, links van de dames tee box in het Out of Bounds gebied een prima plek gevonden. Onder toezicht van de greenkeepers is een vijver van ongeveer 25 bij 12 meter uitgegraven. Een groot deel van de uitgegraven grond is rondom gelegd, zodat er een helling ontstaat die opwarmt in het voorjaar. Deze opgewarmde grond trekt de amfibieën aan.

We hopen dat we, onder andere, de heikikker kunnen lokken om hier zijn domicilie te vinden.

Op een groot aantal plaatsen in Nederland is voldoende geschikt landhabitat voor amfibieën aanwezig. Geschikte voortplantingswateren ontbreken vaak. Door het aanleggen van een paddenpoel kan een gebied voor amfibieën geschikt worden.

Henk Folmer op de vrijgemaakte plek 

Qua oppervlakte maakt een paddenpoel maar een klein deel uit van het gebied. In de toename van het aantal soorten kan de invloed van deze kleine elementen juist opvallend groot zijn.

Paddenpoelen zijn niet alleen belangrijk als voortplantingswater voor amfibieën. Paddenpoelen brengen meer variatie in een terrein. Meer variatie betekent altijd meer planten en diersoorten.

Paddenpoel kan dienen als groeiplaats voor water en moerasplanten, als leefgebied voor insecten en andere ongewervelden en als drinkplaats voor vogels en zoogdieren. Niet alleen de paddenpoel zelf, maar ook het talud boven de waterlijn kan bij uitstek geschikt zijn voor bepaalde organismen. Denk aan warmteminnende insecten die hun nesten kunnen maken in de zonnige noordoever.

Het is een interessant experiment om te volgen hoe de natuurlijke successie gaat verlopen. Henk Folmer gaat het geheel begeleiden en volgen.



 De Paddenpoel op dag 1 

 

9 januari - Winterslaap

Foto's: Kees van Rijsbergen

In de winter staat mijn golfactiviteit op een laag pitje. Ook voor mijn overige bezigheden moet ik echt moeite doen. Het is bovendien erg lekker een half uurtje langer in een warm bed te blijven liggen. Ik heb dan wel eens het gevoel, dat ook mijn lichaam in een light-variant van de winterslaap verkeert.

Op de golfbaan is momenteel de natuur in ruste. De natuur verkeert in een winterslaap, die in bepaalde gevallen een aantal dagen, maar veelal enkele weken kan duren. Het voordeel van het houden van een winterslaap is dat een dier tijdens de winter kan overleven, zonder energie te hoeven besteden aan het zoeken van voedsel, dat dan moeilijk is te vinden. Door in winterslaap te gaan houden sommige dieren hun energie vast.

Egel scharrelt op Peren-5 nog wat voedsel bij elkaar voordat hij in winterslaap gaat

Tijdens de winterslaap vertraagt de stofwisseling van een dier tot een zeer laag niveau. Dit wordt bereikt door een verlaging van de lichaamstemperatuur, het ademhalingsritme en het hartritme. Bij nageldieren (hamster) en insecteneters (egels, spitsmuis en vleermuizen) zakt hun lichaamstemperatuur behoorlijk: bij sommige tot nul graden of bij de vleermuizen zelfs daaronder. Voordat de winterslapers gaan slapen, stoppen ze hun buik nog behoorlijk vol. Tijdens de rustfase verbranden zij het opgeslagen vet en overleven zo de koude maanden. Lange koude periodes of koude storingen die de dieren wakker maken, kunnen voor de winterslapers dodelijk zijn: De energievoorraad wordt dan te snel opgebruikt en de dieren sterven door de kou. Sommige dieren die een winterslaap houden, bewegen enkele keren in hun slaap, andere dieren slapen het gehele seizoen aan een stuk door.

Van dassen en eekhoorns wordt onterecht wel gedacht dat ze een winterslaap houden. Maar dit is onjuist. Het gaat hierbij om een winterrust; de hartslag vertraagt weliswaar, maar de lichaamstemperatuur blijft vrij constant. Ze worden vaak wakker en nemen voeding tot zich. Gemiddeld daalt de energieomzet bij grote dieren die een winterrust houden, in de winter 1/10 deel van de zomerse energieomzet. Bij kleine dieren die een winterslaap houden, is dit 1/100 van de zomerse energieomzet. 

Een woelmuis laat zich nog even zien op Kersen-7, voordat hij voor langere periode onder zeil gaat

Sommige zoogdieren houden een winterslaap terwijl het vrouwtje drachtig is. De jongen worden geboren nadat het vrouwtje uit de winterslaap is ontwaakt.

Ook sommige reptielen, amfibieën, vissen en insecten houden een winterslaap. Deze koudbloedige dieren worden tijdens de winterslaap stijf. Koudbloedige dieren houden hun lichaamstemperatuur niet constant, maar zij veranderen met de omgevingstemperatuur. Als een kikker of hagedis te koud is, worden ze stijf. In tegenstelling tot warmbloedige winterslapers kan men dieren die stijf worden door de kou niet door een prikkeling wakker maken.

 

4 december 2016 - Wroeters en vreters op de greens

Foto's: Internet

 

Je staat er als golfer niet altijd bij stil dat zo’n gecultiveerd en strak geschoren stukje gras een ‘tafeltje-dekje’ kan zijn voor twee soorten larven-beesten. Het gaat om emelten, de larven van langpootmuggen en engerlingen, de larven van een aantal soorten kevers.

 

 

Langpootmug Tipula

Insecten hebben een levenscyclus die begint met het bevruchte eitje waar een kleine larve uitkomt, die in zijn groei een aantal vervellingen doormaakt. Het eind van de larvale cyclus is het popstadium. Het insect maakt dan een gedaantewisseling door en uit de pop komt dan een langpootmug of een kever gekropen. Deze leven maar enkele dagen tot weken voor de noodzakelijke voorplanting, waarna de cyclus opnieuw begint.

Emelt

Een langpootmug legt wel 1.000 eieren in het gras van fairway, tee-box en greens en van de vijf soorten in Nederland is er één soort (Tipula oleracea) die twee generaties per jaar kent. Je kunt je voorstellen dat het dan hard gaat met de aantallen emelten. De emelten zijn donker van kleur en voelen leerachtig aan, vandaar dat de Engelsen ze ‘leather jackets’ noemen. Ze eten zowel de wortels van de graszode als het gras zelf waarvoor ze op stille vochtige nachten boven de grond kruipen. Extra schade kan optreden door wroeten van kraaien, vossen en zelfs dassen. Ja, als deze gasten zijn langs geweest, zien de greens er vaak niet meer uit.

Engerlingen zijn de larven van een aantal soorten (bladspriet)kevers waarvan de Johanneskever (Phyllopertha horticola), ook wel Rozenkever genaamd, de bekendste is binnen de golfwereld.Rozenkever

Ook de engerlingen eten aan de wortels van het gras en kunnen veel schade veroorzaken. Bij ons op de baan valt het gelukkig erg mee. Als er schade is, dan is sproeien met een knoflook oplossing meestal voldoende. De engerlingen kruipen dan dieper de grond in en verhongeren.

Emelt

Een bijzondere biologische bestrijding is het gebruik van aaltjes. Dat zijn heel kleine wormpjes (=nematoden) die bacteriën bij zich dragen. Deze unieke soort aaltjes dringen de emelten en engerlingen binnen en de meegebrachte bacteriën zijn dodelijk voor beiden. Een andere bestrijdingsmethode tegen engerlingen is een sluipwespen soort welke gelokt kan worden door wilde peen aan te planten. Er zijn golfbanen die deze biologische bestrijding al toepassen.

CtG-leden gaan in 2016 een begin maken met meer aandacht voor de kevers en langpootmuggen op onze baan.

 

 

6 november 2016 - Vispassage bij het H.A. van Beuningengemaal geopend

Foto's: Piet Krijger

Op woensdag 19 oktober 2016 is onder redelijke belangstelling de vispassage bij het  H.A.van Beuningengemaal in Zoelen geopend.

De belangstellenden bij de opening van de vispassage  

Veel vissen trekken van nature om te paaien. Deze trek wordt vaak bemoeilijkt door kunstwerken, zoals stuwen en gemalen, die de waterstand reguleren. Om de populatie van allerlei vissoorten op peil te houden, zijn vispassages noodzakelijk. De aanleg van de vispassage is één van de maatregelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) ter verbetering van de ecologische kwaliteit van het watersysteem.

De vispassage 

Deze passage gaat er voor zorgen dat vissen zich in principe het gehele jaar kunnen verplaatsen, in beide richtingen van de Linge en het Amsterdam-Rijnkanaal. Hun leefgebied wordt daardoor aanzienlijk vergroot. Deze 130 meter lange vispassage, die het  forensen voor vissen dus gemakkelijker maakt, heeft  € 1.000.000,= gekost.

Het ingenieuze systeem is er op gebaseerd, dat via een bypass in de Linge,  de vissen via een meter dikke buisleiding weer terecht komen in een bak met 4 vistrappen. Vervolgens komen de vissen in het Amsterdam-Rijnkanaal.

Onderzoeksopzet:

-Fuikmonitoring naar stroomopwaartse vismigratie.

-Bemonsteringsperiode: 5 tot en met 17 oktober.

-Monitoring van fuik om dd 2 of 3 dagen.

Resultaten:

-Gegevens verwerkt tot en met 17 oktober.

-26758 exemplaren van 15 vissoorten.

De volgende personen waren aanwezig bij de opening:

-Anita Besselink  van het Waterschap Rivierenland.

-Mathieu Gremmen van Heemraad Waterschap Rivierenland.

-Theo van de Gazelle = Hoodingenieur Directeur Rijkswaterstaat Midden Nederland.

-Bjorn Prudon = ecoloog.

De werkzaamheden hebben  een half jaar in beslag genomen en werden uitgevoerd door aannemer Van der Ven (Brakel).Overzicht over de vispassage 

 

2 oktober 2016 - Nestkastinventarisatie op de golfbaan

Foto's: Kees van Rijsbergen

Om vast te stellen hoe de bezetting van de 110 kasten in onze baan is en hoe het uiteindelijke resultaat van het broedseizoen is, maken we met 3 groepen in het broedseizoen, 6 keer een inventarisatieronde. Van belang voor de registratie zijn, de vogelsoort, de datum van eerste eileg, het aantal eitjes, het aantal jonge vogels en het aantal dat van de eerste eileg uitvliegt. Vervolgens of er in de kast tweede eileg volgt en het resultaat daarvan.

Inspectie van de nestkasten

Het jaar 2016 was in vergelijk met voorgaande jaren heel bizar. Het begon begin april met de eerste eileg, dat was op 7 april, daarna trad een extreem koude periode ( nachtvorst) in, waardoor er heel veel eistops voorkwamen, in de nacht als het ei gevormd wordt besluit het vrouwtje geen ei te leggen, ze neemt het ei weer op in haar lichaam. Het duurt een paar dagen voordat het mechanisme weer op gang komt, terwijl het mannetje iedere ochtend voor de kast zit te zingen om haar weer te dekken.

Eitjes van een koolmees

Een ander fenomeen dat de vogels dit jaar veel deden is een broedstop, ze leggen alle eieren maar wachten met te gaan broeden, zo’n stop kan wel 10 dagen duren. Als je wekelijks zou controleren, wij doen dat eens per 14 dagen, kun je makkelijk een eistop vinden, de broedstop kun je vinden door de eerste ei datum en het aantal eieren op te tellen plus 13 dagen (ze broeden 14 dagen maar het leggen van het laatste ei is ook de eerste broeddag) dan weet je wanneer de jongen geboren moeten worden, dat is dag nul. Zit het vrouwtje dan nog te broeden dan heb je een broedstop gehad en met de leeftijd van de jongen kun je dan berekenen hoe lang de broedstop was.

Jonge koolmezen

Het resultaat van 2016 was slecht in vergelijk met voorgaande jaren. Van de 95 geselecteerde kasten, de overige 15 zijn moeilijk bereikbaar, bleven er 18 leeg. Koolmees is de grootste groep ( 53 nesten), pimpelmees (22 nesten), boomkruiper en een roodborst. In totaal hebben we 662 eieren geteld, maar van veel legsels zijn sommige eieren niet uitgebroed en in meerdere kasten bleven dode jongen achter.

Op naar 2017 voor een beter resultaat!